Profijt hebben van kennis

    Imam Ibn ul Jawzee
    (Uit: "Sayd Al-Khaatir" (138))
    Vertaalde stuk: Benefiting From Knowledge




    Ik heb vele mashaaykh ontmoet en de zaken van de een waren anders dan die van de ander, en hun kennis was van verschillende niveau's. En het gezelschap waar ik het meeste profijt van had was met degene die praktiseerde wat hij wist, ondanks dat er een aantal waren die meer kennis dan hem hadden.

    Ik ontmoette een groep van de mensen van hadeeth, die veel wisten en memoriseerden, zij stonden roddel echter toe onder het mom van jarh wa ta'deel ("misprijzen en prijzen", wetenschap van commentaar op vertellers/overleveraars (zij worden onderzocht e.d.)), ze namen geld aan in ruil voor het vertellen van hadeeth, en zij waren haastig in het geven van antwoorden, zelfs als ze het fout hadden, anders zou het hun aanzien (status) aantasten.

    Ik ontmoette Abdulwahaab Al-Anmaatee, hij zat op de methodiek van de salaf. Je hoorde nooit geroddel in zijn gezelschap en hij nam geen geld aan voor het leren van hadeeth. Wanneer ik een hadeeth oplas wat een hart-verzachter bevatte, dan huilde hij onophoudelijk. Ik was erg jong in die tijd, (maar) zijn gehuil had mijn hart beinvloedt. Hij had de kalmte (rustigheid) van degenen van wie we de beschrijving horen uit de overleveringen.

    Ik ontmoette Abu Mansur Al-Jawaaliqee, hij was erg rustig, erg voorzichtig met wat hij zei, precies, en zeer geleerd. Soms werd hem een vraag gesteld, welke makkelijk leek; een die onze jongeren snel zouden beantwoorden, hij zou echter wachten met antwoorden totdat hij zeker was. Hij vastte veel en was vaak stil.

    Dus, ik had meer profijt van deze twee dan ik had van de anderen, en ik begreep hieruit dat: het leiden van mensen via je daden inspirerender is dan dat doen via woorden. Dus Allah, Allah, iemand zou moeten praktiseren wat hij weet want het is waarlijk het grootste fundament. En de miskeen (arme), de ware miskeen is degene die zijn leven verspilt met het leren van datgene wat hij niet praktiseert, hij verliest dus het genot van de dunyah (wereld) en het goede van de akhirah (hierna). (Samen met) Geruïneerd naar voren komen (op de dag des oordeels) met sterke bewijzen tegen zichzelf.